De complexe waarheid achter Davids geboorte

De Bijbel vertelt ons het verhaal van David, een man naar Gods hart. Maar wat betekent het als hij zegt dat hij in zonde is geboren? Deze pagina duikt dieper in de verzen en de context rondom Davids geboorte, en onthult een perspectief dat velen misschien nog niet kennen. Begrijp waarom David een 'in zonde geborene' is en wat dit betekent voor jouw eigen wandel met God.

Davids eigen woorden over zijn oorsprong

David, een centrale figuur in de Bijbel, spreekt in de Psalmen openlijk over zijn ontstaan. In Psalm 51:7 zegt hij: "Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, in zonde heeft mijn moeder mij ontvangen." Tegelijkertijd looft hij God in Psalm 139:14-15 (HSV): "Ik loof U omdat ik ontzagwekkend wonderlijk gemaakt ben; wonderlijk zijn Uw werken, mijn ziel weet dat zeer goed. Mijn beenderen waren voor U niet verborgen, toen ik in het verborgene gemaakt ben en geborduurd werd in de laagste plaatsen van de aarde." Deze schijnbaar tegenstrijdige uitspraken vragen om een diepere blik. Ze gaan over David zelf en zijn moeder, en nodigen ons uit om de complexiteit van zijn geboorte te overwegen.

De verborgen details van Davids familie

De Schrift biedt hints over Davids familie die onze blik op Psalm 51 kunnen veranderen. Uit 1 Kronieken 2:13-16 blijkt dat David twee zusters had, Zeruja en Abigaïl, die opmerkelijk genoeg in 2 Samuël 17:25 “de dochter van Nahas” worden genoemd. Nahas was een Ammonitische koning (zie 1 Samuël 11:1). Dit heeft geleid tot de interpretatie dat Davids moeder mogelijk eerder met Nahas verbonden was, en David dus onder ongewone omstandigheden verwekt werd. Ook het feit dat David als laatste – en zelfs niet eerst – door Samuël werd geroepen toen de profeet Isaï's zonen bezocht (1 Samuël 16:11) en zich een "vreemdeling voor zijn broeders" noemde (Psalm 69:8), kan hierop wijzen. We kunnen verder speculeren dat Davids moeder misschien niet met Jesse getrouwd was toen ze zwanger werd, of dat ze nog steeds de concubine van Nahash was, of met hem getrouwd was, toen ze David verwekte. Dit zijn geen expliciete feiten, maar wel mogelijke aanwijzingen voor een gecompliceerde familiegeschiedenis.

Psalm 51:5: Een poëtische uiting, geen erfelijke zonde

"Zie, ik ben in ongerechtigheid gevormd, en in zonde heeft mijn moeder mij ontvangen." Dit vers uit Psalm 51:5, vaak gebruikt om de leer van aangeboren zonde te ondersteunen, vraagt om een zorgvuldige lezing. Het gaat over twee personen: koning David en zijn moeder. David stelt niet dat hij als zondaar werd geboren, maar dat zijn moeder mogelijk in zonde verkeerde toen ze hem verwekte, wellicht door haar eerdere verbinding met een heidense koning of andere gecompliceerde omstandigheden. De gebeurtenis waarover wordt gesproken is de conceptie van David en niet de geboorte van David, en David zegt niet dat hij als zondaar werd geboren. Het boek Psalmen is poëtisch; het kan zowel letterlijk als figuurlijk worden opgevat. David neemt zelf verantwoordelijkheid voor zijn daden (Psalm 51:1-3) en erkent tegelijk dat God hem wonderlijk heeft gevormd (Psalm 139:13-14). Het is juist zonde om onvruchtbaar te willen zij en geen kinderen te verwekken en geboren te laten worden zoals onze opdracht in Genesis 1:28. Zonde ontstaat wanneer wij Gods wet en opdracht niet doen en overtreden.

 

.........

.........

Erfzonde David psalm 51


Psalm 51:7 David in zonde omgeven geboren

Wel was mijn aanvang omgeven door onrecht en heeft in zonde mijn moeder mij ontvangen<span;> :" (Psalmen 51:7 De Naardense Bijbel
Wel was mijn aanvang omgeven door onrecht en heeft in zonde mijn <span;>moeder mij ontvangen." (Psalmen 51:7 HSV) Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, in zonde heeft mijn "Zie, ik ben in ongerechtigheid

mijn moeder ontvangen." (Psalmen 51:7 sv.) ontving mij in zonde." ( Psalmen 51:7 geboren, en in zonde heeft mij "Want in ongerechtigheid ben ik geboren, En NLD1939) mijn moeder 1. Dit Bijbelgedeelte gaat over David en zijn moeder. Het
<span;>verwijst niet naar de hele mensheid en leert niets over Adam of Adam oorspronkelijke zonde. Het leert niets over de staan over een zondige natuur.

menselijke natuur, laat 2. De genoemde zonde is niet de zonde van Adam, maar de

zonde van Davids moeder.

De grammaticale structuur van deze zin toont aan dat de 70nde van de moeder en niet van David was: in zonde [bijwoordelijke lijdend voorwerp / direct object), ontvangen [werkwoord)." De moeder bepaling), heeft [hulpwerkwoord], mijn moeder [onderwerp), mij van David is het onderwerp van de zin, zodat zij degene "in zonde" is. De Naardense en de Herziene Statenvertaling volgen deze structuur duidelijk; bijvoorbeeld: "..., in zonde heeft mijn moeder

mij ontvangen."] A. zeggen is alles. "256 Winkie Pratney schreef: "Het enige wat David hiermee will en wie wil kan dit in het Hebreeuws nakijken - is dat zijn moeder een zondares was tijdens de zwangerschap en de conceptie. Dat

Charles Finney schreef: "De psalmist had de bedoeling de zondige gesteldheid van zijn moeder ten tijde van de conceptie en de zwangerschap te bevestigen. "257 B.

. Er is een wereld van verschil tussen geboren worden in zonde en het feit dat zonde in je geboren wordt, net zoals er een wereld van verschil is tussen geboren worden in Amerika en het feit dat Amerika in jou wordt geboren. David werd in zonde verwekt, maar de zonde werd niet in hem verwekt.

De gebeurtenis waarover wordt gesproken is de conceptie van David, niet de geboorte van David. Hij beweert niet dat hij als de conceptie is het begin van de zwangerschap. De geboorte is het einde van de zwangerschap. Deze passage gaat over het begin van de zondaar geboren is. David beweert dat zijn moeder in zonde verkeerde toen ze zwanger raakte. Ze was aan het zondigen toen ze hem ontving. zwangerschap, de conceptie.

Er kan een sterk argument worden aangevoerd dat dit gaat over de verontreiniging van Davids moeder omdat zij voorheen de 6. vrouw of de concubine van een heidense koning was.

David had twee halfzussen, genaamd Zeruja en Abigail Raddai, den vijfde, Ozem, den zesde, David, den zevende. En hun zusters Abigal (1 Kronieken 2:13-17 sv "En Isaï gewon Eliab, zijn eerstgeborene, en Abinadab, den tweede, en Simea, den derde, Nethaneël, den vierde, waren Zeruja en Abigail. De kinderen nu van Zeruja waren Abisai, en Joab, en Asa-El; drie. En Abigail baarde Amasa; en de vader van Amasa was Jether, een Ismaëliet.")

De vader van Davids halfzussen was niet Isaï maar Nahas (2 Samuel 17:25b sv "Amasa nu was eens mans zoon, wiens naam was Jethra, de Israëliet, die ingegaan was tot Abigal, dochter van Nahas, zuster van Zeruja, Joabs moeder.")

Nahas was een koning der Ammonieten (1 Samuel 11:1,2 SV "Toen toog Nahas, de Ammoniet, op, en belegerde Jabes in Gilead. En al de mannen van Jabes zeiden tot Nahas: Maak een verbond met ons, zo zullen wij u dienen. Doch Nahas, de Ammoniet, zeide tot hen: Mits dezen zal ik een verbond met ulieden maken, dat ik u allen het rechteroog uitsteke; en dat ik deze schande op gans Israël legge."; 1 Samuël 12:12 sv "Als gij nu zaagt, dat Nahas, de koning van de kinderen Ammons, tegen u kwam, zo zeidet gij tot mij: Neen, maar een koning zal over ons regeren; zo toch de HEERE, uw God, uw Koning was.").

Davids vader was Isaï, niet Nahas; maar de vader van Davids halfzusters was Nahas. Dit zou kunnen verklaren waarom er tussen Nahas en David familiaal werd omgegaan (2 Samuël 10:2 SV "Toen zeide David: Ik zal weldadigheid doen aan Hanun, den zoon van Nahas, gelijk als zijn vader weldadigheid aan mij gedaan heeft. Zo zond David heen, om hem door den dienst zijner knechten te troosten over zijn vader. En de knechten van David kwamen in het land van de kinderen Ammons.").

[Noot bij de vertaling: merk op dat David vanwege de familiale band soms gemakkelijker dan normaal gesproken hulp kreeg van de Ammonieten: 2 Samuel 17:27-29 NLD1939 "Toen David te Machanáim was aangekomen, brachten Sjobi, een zoon van

Nachasj uit Rabba der Ammonieten, en Makir, een zoon van Ammiël uit Lo-Debar, en Barzillai, de Giladiet ult Rogelim, rustbedden en dekens, schalen en aardewerk, tarwe en gerst, bloem en geroosterd graan, bonen en linzen, honing en boter, en kaas van schapen en koelen. Ze boden het aan als proviand voor David en zijn aanhangers; want ze zelden: Het volk zal in de woestijn hongerig, uitgeput en dorstig geworden zijn."7

Davids moeder was hoogstwaarschijnlijk de tweede vrouw van Isaï. De eerste vrouw van Isaï zou hoger in achting zijn dan zijn tweede vrouw, want zijn tweede vrouw was ofwel de concubine ofwel de vrouw van een heidense koning geweest.

Dit zou verklaren waarom Davids halfbroers zichzelf als superieur aan David achtten en waarom David als arrogant werd beschouwd als hij dacht dat hij net zo goed was als hen (1 Samuël 17:28-30 SV "Als Eliab, zijn grootste broeder, hem tot die mannen hoorde spreken, zo ontstak de toorn van Eliab tegen David, en hij zeide: Waarom zijt gij nu afgekomen, en onder wien hebt gij de weinige schapen in de woestijn gelaten? Ik ken uw vermetelheid, en de boosheid uws harten wel; want gij zijt afgekomen, opdat gij den strijd zaagt. Toen zeide David: Wat heb ik nu gedaan? Is er geen oorzaak? En hij wendde zich af van dien naar een anderen toe, en hij zeide achtereenvolgens dat woord; en het volk gaf hem weder antwoord, achtervolgens de eerste woorden. ")

Dit zou kunnen verklaren waarom David pas later bij de andere zonen werd geroepen bij Samuël, de profeet; David werd gezien als een schande voor de familie en mogelijk was hij een onwettig kind (1 Samuel 16:11 SV "Voorts zeide Samuël tot Isaï: Zijn dit al de jongelingen? En hij zeide: De kleinste is nog overig, en zie, hij weidt de schapen. Samuel nu zeide tot Isaï: Zend heen en laat hem halen; want wij zullen niet rondom aanzitten, totdat hij hier zal gekomen zijn.")

Davids moeder had blijkbaar een goede relatie met de Heer (Psalmen 86:16 SV "Wend U tot mij, en zijt mij genadig, geef Uw recht Uw sterkte, en verlos den zoon Uwer dienstmaagd."; Psalmen 116:16 sv "Och, HEERE! zekerlijk ik ben Uw knecht, ik ben Uw knecht, en zoon Uwer dienstmaagd; Gij hebt mijn banden losgemaakt."). Maar aruit het standpunt van de Joodse wet werd zij als onrein beschouwd anwege haar eerdere relatie met een Ammoniet (Numeri 25:1,2 sv "En saël verbleef te Sittim, en het volk begon te hoereren met de dochteren Moabieten. En zij nodigden het volk tot de slachtofferen harer goden; shet volk at, en boog zich voor haar goden."; Deuteronomium 7:3,4 sv zult u ook met hen niet vermaagschappen; gij zult uw dochters niet alen aan hun zonen, en hun dochters niet nemen voor uw zonen. Want touden uw zonen van Mij doen afwijken, dat zij andere goden zouden eren; en de toorn des HEEREN zou tegen ulieden ontsteken, en u haast verdelgen. 1 Koningen 11:2-4 SV "Van die volken, waarvan de HEERE gezegd had tot de kinderen Israëls: Gijlieden zult tot hen niet ingaan, en zij zullen tot u niet inkomen; zij zouden zekerlijk uw hart achter hun vrouwen, vorstinnen, en driehonderd bijwijven en zijn vrouwen neladen goden neigen; aan deze hing Salomo met liefde. En hij had zevenhonderd zijn hart. Want het geschiedde in den tijd van Salomo's ouderdom, dat volkomen was met den HEERE, zijn God, gelijk het hart van zijn vader zijn vrouwen zijn hart achter andere goden neigden; dat zijn hart niet

zichzelven en voor hun zonen, zodat zich vermengd hebben het heilig David.": Ezra 9:2 SV "Want zij hebben van hun dochteren genomen voor is de eerste geweest in deze overtreding.": Nehemia 13:23-27 SV "Ook zaad met de volken dezer landen; ja, de hand der vorsten en overheden Moabietische vrouwen bij zich hadden doen wonen. En hun kinderen zag ik in die dagen Joden, die Asdodische, Ammonietische en spraken half Asdodisch, en zij konden geen Joods spreken, maar naar de taal eens iegelijken volks. Zo twistte ik met hen, en vloekte hen, en sloeg sommige mannen van hen, en plukte hun het haar uit; en ik deed hen zweren bij God: Indien gij uw dochteren hun zonen zult geven, en indien qij van hun dochteren voor uw zonen of voor u zult nemen! Heeft niet Salomo, de koning van Israël, daarin gezondigd, hoewel er onder vele heidenen geen koning was, gelijk hij, en hij zijn God lief was, en God hem ten koning over gans Israël gesteld had? Ook hem deden de vreemde vrouwen zondigen. Zouden wij dan naar ulieden horen, dat gij al dit grote kwaad zoudt doen, overtredende tegen onzen God, doende vreemde vrouwen bij u wonen?"; 2 Korinthiërs 6:14-17 sv "Trekt niet een ander juk aan met de ongelovigen; want wat mededeel heeft de gerechtigheid met de ongerechtigheid, en wat gemeenschap heeft het licht met de duisternis? En wat

samenstemming heeft Christus met Belial, of wat deel heeft de gelovige met den ongelovige? Of wat samenvoeging heeft de tempel Gods met de afgoden? Want gij zijt de tempel des levenden Gods; gelijkerwijs God gezegd heeft: Ik zal in hen wonen, en Ik zal onder hen wandelen; en Ik zal hun God zijn, en zij zullen Mij een Volk zijn. Daarom gaat uit het midden van hen, en scheidt u af, zegt de Heere, en raakt niet aan hetgeen onrein is, en Ik zal ulieden aannemen.")

Het kan dus eenvoudig gezegd zo zijn geweest dat Davids moeder niet was getrouwd met Isaï toen ze zwanger werd of dat ze nog steeds de bijvrouw of vrouw was van de heidense koning Nahas toen zij zwanger werd. 7.

De context van Davids gebed van berouw in Psalm 51 is niet consistent met het feit dat David een excuus zou willen zoeken voor

mijn schuld. Ik was zo geboren." Bij waarachtig berouw neemt land zijn overspel door te zeggen: "Ik ben als zondaar geboren. Het is A ten volle de verantwoordelijkheid voor de zonde en zoekt geen excuse zonde. David stelde gewoonweg dat zelfs de omstandigheden van zijn ter rechtvaardiging. David gaf zijn geboorte niet de schuld voor n wou misschien aangeven dat hij zelf nare gevolgen vanwege de seksuele zonde vang geboorte omgeven waren met seksuele zonde. [Noot bij de vertaling: David verdragen. Dus is bij hem meer schuld dan bij iemand die overspel pleegt zonder eerder als nakomeling dan-nare gevolgen ervaren te hebben. Lees ook het volgende punt.] moeder had ondervonden (lees punten E tot en met G); hij had al een en ander moeten

Wanneer een zondaar zich bekeert van zijn zonden is het hebben gevormd door de hele familie. Een dronkaard zou over de dronkenschap van zijn vader kunnen nadenken als hij zelf berouw heeft niet ongebruikelijk dat hij reflecteert over het bolwerk dat deze zonden over zijn dronkenschap. Zo iemand denkt misschien bij zichzelf: 'Ik ben een dronkaard. Mijn vader was een dronkaard. Ik kom uit een hele familie van dronkaards. Dronkenschap heeft grote gevolgen gehad voor mijn immoraliteit van zijn moeder terwijl hij berouw heeft over zijn eigen familie." In dit geval lijkt het alsof David nadenkt over de seksuele seksuele immoraliteit.

David schreef dat het de Heer was die hem persoonlijk maakte (Psalm 100:3 SV "Weet, dat de HEERE is God; Hij heeft ons gemaakt (en niet wij), Zijn volk en de schapen Zijner weide."; 119:73 sv *... Uw handen hebben mij gemaakt, en bereid; maak mij verstandig, opdat ik Uw geboden lere."). En David was "wonderbaarlijk" en "wonderlijk" door God in de baarmoeder gemaakt. (Psalm 139:13-14 SV "Want Gij bezit mijn nieren; Gij hebt mij in mijner moeders buik bedekt. ben; wonderlijk zijn Uw werken! ook weet het mijn ziel zeer wel.") David Ik loof U, omdat ik op een heel vreselijke wijze wonderbaarlijk gemaakt kon daarom niet door zijn moeder zondig zijn gemaakt in de baarmoeder. Het is niet zo wonderlijk om zondig geboren te worden of wonderbaarlijk om boosaardig geschapen te zijn. Tenzij we David zien als iemand die tichzelf tegenspreekt of tenzij we de Bijbel van inconsistentie beschuldigen, kunnen we niet beweren dat Psalm 51:7 ons leert dat David in de baarmoeder met een zondige natuur werd gevormd of dat hij als zondaar werd geboren. David sprak zichzelf niet tegen in de Psalmen. David schreef dat zijn moeder hem in zonde verwekte, maar dat God hem wonderbaarlijk en wonderlijk geschapen had. Daar is geen nconsistentie of tegenstrijdigheid in te bespeuren.

Open je ogen en wandel met God

Het verhaal van David leert ons een cruciale les: wees niet bang om de Bijbel met open ogen te lezen en zelf je conclusies te trekken. Het is tijd om je eigen verantwoordelijkheid te nemen voor je gedrag en met je hemelse Vader te wandelen. Je mag simpelweg niet meer zeggen: "De vaders eten onrijpe druiven, en de tanden van de kinderen worden stomp." Want zoals Ezechiël 18:2-4 (HSV) leert: "Wat is er met u dat u dit spreekwoord gebruikt over het land van Israël: De vaders eten onrijpe druiven, en de tanden van de kinderen worden stomp? Zo waar Ik leef, spreekt de Heere HEERE, als u dit spreekwoord in Israël nog durft te gebruiken! Zie, alle mensenlevens behoren Mij toe. Zowel het leven van de vader als het leven van de zoon, die behoren Mij toe. De mens die zondigt, die zal sterven." Neem je eigen wandel in geloof in handen.